Het aantal meisjes dat op de middelbare school en in het hoger onderwijs kiest voor techniek, neemt toe. Vooral op HAVO, VWO en het HBO zitten steeds meer meisjes die bètavakken volgen. Dat blijkt uit de Emancipatiemonitor 2014, een tweejaarlijks rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waarin de bureaus meten of het emancipatiebeleid van de overheid effect heeft.

Waar in 2007 nog 15 procent van de meisjes op de havo koos voor het Natuur en Techniek-profiel, koos 26 procent voor de bètarichting in 2013. Op het vwo steeg het aantal van 20 naar 38 procent.

Op het HBO was het aantal vrouwelijke studenten op de technische opleidingen gestegen van 14 naar 20 procent. Hoewel het verschil tussen jongens en meisjes daarmee kleiner wordt, kiezen meisjes toch nog altijd minder vaak voor technische opleidingen dan jongens. Tegelijkertijd kiezen jongens minder vaak voor een studie in de verzorgende richting.

Baankansen
De onderzoeksbureaus concluderen dat overheidscampagnes die ervoor moeten zorgen dat meisjes voor techniek te kiezen, lijken te werken. Maar of de vrouwelijke studenten daar op de arbeidsmarkt ook daadwerkelijk iets aan hebben, is nog maar de vraag. Het lijkt erop dat ‘meisjesstudies’ in de richting van zorg en onderwijs betere baankansen bieden dan technische ‘jongensopleidingen’.

Techniek in Nederland