Leerlingen die een schooljaar moeten overdoen, kosten de schatkist 500 miljoen euro per jaar. Dat is drie procent van de uitgaven aan basisonderwijs en voortgezet onderwijs. Het is daarmee een grote kostenpost. Dat staat in een rapport dat het Centraal Planbureau (CPB) zaterdag heeft gepubliceerd.

Volgens het CPB is zittenblijven een duur instrument. ”Er bestaan waarschijnlijk efficiëntere manieren om hetzelfde onderwijsniveau te bereiken”, aldus het CPB. Daarbij valt te denken aan zomerscholen of bijspijkercursussen die specifiek op de zwakke plekken zijn gericht, zodat de leerling niet een heel schooljaar hoeft over te doen.

Het afschaffen van zittenblijven zou volgens het CPB niet alleen een besparing van een half miljard euro opleveren. Ook zou de overheid haar inkomsten zien stijgen met zo’n 900 miljoen. Dat komt doordat jongeren die niet zijn blijven zitten, eerder op de arbeidsmarkt komen en dan premies en belastingen gaan betalen.

Extra bijlessen
Bijna de helft van alle leerlingen blijft minimaal één keer zitten. Dat gebeurt het vaakst aan het begin van de basisschool en in het leerjaar voor het eindexamenjaar. In het voortgezet onderwijs is de kans op doubleren tweemaal zo groot als in het basisonderwijs.

In 2012 pleitten de onderwijsbonden CNV Onderwijs en de AOb al voor extra bijlessen, zomerscholen en bijspijkercursussen in plaats van zittenblijven. Niet alleen zou dat de overheid geld besparen, maar het zou leerlingen ook motiveren meer hun best te doen. Een proef met zomerscholen in 2013 verliep succesvol. Er wordt intussen ook meer geld voor vrijgemaakt.

Schermafbeelding 2015-01-21 om 10.03.58
Bron: Nu.nl