Door de krimp in het vo en het verhogen van de pensioenleeftijd zal het lerarentekort minder groot worden dan was voorspeld, maar voor de tekortvakken blijft het moeilijk om voldoende leraren te vinden.

Dit schrijven minister Bussemaker en staatssecretaris Dekker in hun brief over de onderwijsarbeidsmarkt, die op 2 november naar de Tweede Kamer is gestuurd. In deze brief schetsen de bewindslieden een overzicht van de huidige arbeidsmarkt voor leraren in het primair, voortgezet en middelbaar beroepsonderwijs en de verwachtingen voor de komende tien jaar.

Uit de brief blijkt dat de werkgelegenheid in het voortgezet onderwijs de afgelopen jaren is gegroeid. Ook is de arbeidsmarktsituatie van jonge leraren het afgelopen schooljaar verbeterd. Het aandeel jonge, pas afgestudeerde leraren dat een baan vindt in het onderwijs is weer iets gestegen.

De komende tien jaar wordt in het voortgezet onderwijs een aanzienlijke daling van het aantal leerlingen verwacht. De voorspelde piek in het lerarentekort rond 2016 zal daarom minder hoog zijn dan werd voorzien, zo schrijven de bewindslieden. Ook het verhogen van de pensioenleeftijd en het langer doorwerken van veel leraren zorgt ervoor dat de verwachte piek in tekorten minder hoog is dan oorspronkelijk werd verwacht.

Wel zal het moeilijk blijven om leraren te vinden voor de zogenaamde tekortvakken, aldus de bewindslieden. De vakken waarin nu al de hoogste vacaturedruk is, zullen de komende jaren alleen maar een hogere vacaturedruk krijgen. Dit geldt met name voor scheikunde, natuurkunde, Duits, Frans en de klassieke talen. Ook vacatures voor wiskunde blijven moeilijk te vervullen. Deze situatie laat zien dat het belangrijk blijft om voldoende (jonge, net afgestudeerde) mensen te enthousiasmeren voor een baan in het onderwijs en om leraren voor het onderwijs te behouden.

Bron: VO-Raad (lees het hele artikel)