In een verkenningsonderzoek ‘De jongens tegen de meisjes’ in opdracht van het ministerie van OCW, is aandacht besteed aan verschillende factoren die genderverschillen in studiesucces zouden kunnen verklaren, zoals verschillen in hersenfuncties en hersenontwikkeling en type leeromgeving.

Uit het onderzoek komt onder meer naar voren:

  • Jongeren in het mbo, hbo en wo hebben vaardigheden en competenties nodig die ze nog niet altijd hebben ontwikkeld. Deze vaardigheden en competenties – zoals motivatie, keuzegedrag, planning en prioritering – bepalen in belangrijke mate het studiesucces.
  • Bij de ontwikkeling van deze vaardigheden lopen jongens gemiddeld genomen achter op meisjes. De gevonden verschillen hangen samen met verschillen in de rijping van de hersenen. Daarnaast speelt de sociale omgeving een rol in de ontwikkeling.
  • Onderwijs gericht op het aanleren van moderne vaardigheden als bijvoorbeeld communiceren en samenwerken, stimuleert de ontwikkeling van vaardigheden die van groot belang zijn om goed te functioneren op de arbeidsmarkt van de 21e eeuw.
  • Onderwijs gericht op het aanleren van moderne vaardigheden heeft gemiddeld genomen een gunstiger effect op het studiesucces van meisjes dan jongens. De verschillen binnen de groep meisjes en binnen de groep jongens zijn echter groter dan de verschillen tussen jongens en meisjes.
  • Hoewel meisjes het beter doen in het onderwijs, vertaalt dit zich niet naar een betere positie op de arbeidsmarkt.

Aanleiding voor het onderzoek zijn eerdere bevindingen waaruit blijkt dat zowel jongens als meisjes het beter doen in het onderwijs. Met meisjes gaat het ten opzichte van jongens nog beter. Op de basisschool scoren jongens iets hoger op de eindtoets. Maar uiteindelijk halen meisjes gemiddeld een hoger opleidingsniveau. Ook halen meisjes gemiddeld vaker een diploma. Verder wisselen ze minder vaak van opleiding en studeren ze sneller af.

Bron: Rijksoverheid