Of je nu vmbo’er, havist of vwo’er bent, voor je sociale ontwikkeling is het goed om samen naar de middelbare school te gaan. Uit onderzoek van drie universiteiten blijkt dat de ontwikkeling van burgerschap bij Nederlandse leerlingen achterblijft omdat veel scholen ervoor kiezen  de brugklas helemaal af te schaffen en de kinderen van meet af aan te scheiden op niveau.

De vroege selectie van kinderen in groep 8 en het scherpe onderscheid tussen beroeps- en havo-/vwo-onderwijs, steeds vaker op aparte locaties, is typerend voor het Nederlandse onderwijsstelsel. Volgens de onderzoekers van de universiteit van Amsterdam, Maastricht en Rotterdam zou een meer gemeenschappelijk onderwijsprogramma de ‘democratische gelijkheid’ tussen burgers vergroten. In landen waar leerlingen van alle niveaus tussen hun veertiende en negentiende maar kort gezamenlijk naar school gaan, zoals Nederland en Duitsland, is het gevoel van politieke en maatschappelijke betrokkenheid minder sterk dan bijvoorbeeld in Scandinavië, waar de scheiding pas rond 15 jaar plaatsvindt.

BurgerschapArtikel Brede brugklas
Hoewel alle leerlingen minder goed scoren op burgerschap, geldt dat het meest voor leerlingen uit zwakkere sociale milieus en met een lagere intelligentie. Zij lopen qua ontwikkeling van burgerschap in groep 8 al achter op klasgenootjes. “Vooral in het beroepsonderwijs krijg je de situatie dat leerlingen die niet kunnen doorgroeien zich ook minder aangesproken voelen bij verkiezingen of maatschappelijke organisaties”, zegt hoogleraar sociologie Herman van de Werfhorst.

Het is voor het eerst dat wetenschappers de relatie aantonen tussen de vroege selectie van kinderen voor de middelbare school en de ontwikkeling van hun burgerschap. Dat kinderen op 12-jarige leeftijd al een keuze moeten maken voor vmbo, havo of vwo zou volgens politici niet zo erg zijn omdat je dankzij een brugklas kunt doorgroeien naar een hoger niveau.

Maar dat politieke verhaal houdt in de praktijk geen stand: scholen korten al geruime tijd hun brugklassen in naar een jaar. Om met name de groeiende groep havo- en vwo-leerlingen tegemoet te komen, worden brugklassen opgeheven en gaat de school door met aparte afdelingen havo en vwo. De vmbo’ers krijgen regelmatig een eigen schoolgebouw. Na publicaties in Trouw bracht het ministerie vorig jaar voor het eerst cijfers naar buiten over het afnemende aantal brede scholengemeenschappen: dat is in tien jaar tijd met bijna 10 procent gedaald.

Kansen
Van de Werfhorst: “Terwijl juist die scholen de meeste kans bieden om op te klimmen.” Het aantal leerlingen dat doorstroomt van vmbo-t naar havo daalde tussen 2009 en 2013 van 18,5 naar 13 procent. “Vmbo’ers krijgen minder kansen omdat havo’s aan hen vaak extra eisen stellen.” De kansen die leerlingen krijgen zijn volgens Van de Werfhorst in Nederland allesbehalve gelijk. “Terwijl ze dat op het ministerie wel denken. Maar ze zouden er veel meer aan moeten doen om brede scholengemeenschappen te stimuleren.”

Het heeft de gelijkheid van leerlingen ook niet geholpen, zo vinden de onderzoekers, dat sinds dit jaar het schooladvies van de leerkracht in groep 8 doorslaggevend is voor toelating tot een middelbare school. “Daar had altijd een objectief gegeven als de Cito-toets naast moeten blijven staan.” Volgens de onderzoekers geven leerkrachten kinderen van hoogopgeleide ouders sneller een hoog schooladvies.

Hoeveel boeken thuis? 
Om de sociale herkomst van kinderen af te leiden, gebruikten de onderzoekers internationaal geaccepteerde criteria, zoals de hoeveelheid boeken die ouders thuis hebben. Kinderen bij wie meer dan 500 boeken in huis aanwezig zijn, scoren significant beter op hun leerprestaties dan kinderen met een kleine boekenkast in huis. “Het gaat om het culturele klimaat”, zegt hoogleraar sociologie Van de Werfhorst.

Bron: Trouw